Ga naar de inhoud van deze pagina.
Programmabegroting 2027 01

Begroting 2. Financieel Beleid

Scope

In dit hoofdstuk besteden we aandacht aan de beleidslijnen en spelregels die we in ons financieel beleid en bij de samenstelling van de programmabegroting en meerjarenramingen hanteren. Verder bevat dit hoofdstuk de informatie en de financiële overzichten die op grond van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) in de financiële stukken gepresenteerd moeten worden. Deze dienen ter verbetering van het financiële inzicht in, en de transparantie voor, de raad.

Beleidslijnen

  • Het financiële lange termijnbeleid van de gemeente Assen is gericht op duurzaamheid, stabiliteit en continuïteit. We streven naar jaarlijks sluitende begrotingen en een solide reservepositie.
  • We wegen voor beleidsuitvoering de benodigde inzet van middelen in totaalverband af. In de verdere uitvoering van het financiële beleid staan, naast de wettelijke voorschriften, de in de eigen verordeningen en kadernota’s opgenomen beleidslijnen, de volgende beleidsdoelen centraal:
  1. Het uitgangspunt is repressief financieel toezicht door de provinciaal toezichthouder.
  2. Onze dienstverlening is kostendekkend; we vragen voor onze diensten wat ze ons daadwerkelijk kosten.
  3. We zijn zeer terughoudend met het verhogen van gemeentelijke belastingen boven de inflatie. Als we het toch doen, is dat voor lokale voorzieningen of in uitzonderlijke gevallen waarbij het maatschappelijke belang groot is en in verhouding staat tot de verhoging.
  4. We bekijken bestaand beleid opnieuw om te voorkomen dat we nieuw beleid bovenop oud beleid stapelen.
  5. Bestaande budgetten brengen we zoveel mogelijk samen, zodat we maatschappelijke opgaven in samenhang kunnen aanpakken in plaats van apart per onderdeel.
  6. Voor nieuwe investeringen en projecten geldt dat er een sluitend dekkingsplan moet liggen. Daarbij moet duidelijk zijn hoe de kosten betaald worden en moeten de lasten die eruit voortkomen voor meerdere jaren passen binnen onze structurele uitgaven en inkomsten.
  7. Nieuw beleid voeren we in beginsel eerst tijdelijk of als project uit. Als uit een evaluatie blijkt dat het werkt, kunnen we het voortzetten.
  8. Regelingen zonder een vooraf afgesproken maximum gaan we in principe niet aan.
  9. Overschrijdingen worden opgevangen binnen het betreffende beleidsterrein. Bij een grote tegenvaller in één domein, zoeken we als college samen naar een oplossing. Een positief jaarresultaat vloeit terug naar de algemene middelen of de algemene reserve.
  10. Tegenvallers in grondexploitaties vangen we op door lopende grondexploitaties te optimaliseren of te versoberen.
  11. We zorgen voor een blijvend evenwicht tussen uitgaven en onze inkomsten, en spreiden de lasten op een evenwichtige manier over de huidige en toekomstige generaties.

Kaders en ambities

Kaderbrief als referentiekader

De financiële kaders, de begrotingspositie en de meerjarenramingen zijn als onderdelen van de Kaderbrief 2027 geactualiseerd. Het financiële overallbeeld voor de jaren 2027-2030 is daarmee het vertrekpunt voor de samenstelling van de Programmabegroting 2027.

Financiële beleidsrichtingen

  • De kaders, beleidsrichtingen, financiële aanpak en ambities uit het Coalitieakkoord 2026-2030 Verder met Ambitie & Aandacht zijn richtinggevend voor het in de Programmabegroting 2027 en de meerjarenraming 2028-2030 te presenteren beleid.
  • De Programmabegroting 2027 en de meerjarenraming 2028-2030 bevatten reële ramingen en prognoses voor de uitvoering van de taken.

Coalitieakkoord 2026-2030 Verder met Ambitie & Aandacht

  • Het financieel beleid is gericht op een blijvend reëel en structureel evenwicht in de Asser begroting.
  • Ambities en maatregelen voor het bijdragen aan de hoofddoelstelling maken integraal onderdeel uit van de Programmabegroting 2027.
  • Voor wat betreft het fiscale beleid is aangegeven dat met ingang van 2027 de dienstverlening kostendekkend is. De tarieven voor het rioolrecht en de afvalstoffenheffing blijven kostendekkend. De dienstverlening voor begraven is hierop een uitzondering.
  • De paragraaf Lokale heffingen bevat de nadere toelichting op het fiscale beleid. De vaststelling van de in 2027 te hanteren tarieven vindt plaats als onderdeel van de besluitvorming tarievenbeleid 2027.

Financiële en fiscale kaders 2027-2030

De opbouw en samenstelling van de product- en de programmabudgetten voor 2027 en van de financiële prognoses voor de periode 2028-2030 vindt plaats op basis van de volgende uitgangspunten:

  1. Het aanvaarde beleid, de geactualiseerde budgetten 2026 en de prognoses tot en met de Kaderbrief 2027 zijn als uitgangspunt gehanteerd.
  2. Autonome ontwikkelingen, knelpunten en nieuwe beleidsmaatregelen zijn in de ramingen en prognoses verwerkt.
  3. De beleids-, reken- en spelregels uit het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) en het Coalitieakkoord 2026-2030 zijn toegepast.
  4. Stortingen in en onttrekkingen aan reserves vinden plaats overeenkomstig de Nota Reserves en Voorzieningen.
  5. De in de Kadernota Risicomanagement en Weerstandsvermogen opgenomen uitgangspunten zijn integraal verwerkt.
  6. De bijdragen aan de Gemeenschappelijke Regelingen (GR-en) zijn geraamd op basis van de (meerjaren)begrotingen 2027 van de betrokken regelingen.
  7. De algemene uitkering is geraamd op basis van de prognoses en maatregelen uit de Meicirculaire 2026 en de Septembercirculaire 2026.
  8. Het aandeel in de onderschrijding van het plafond van het btw-compensatiefonds (BCF) is geraamd overeenkomstig de richtlijn uit de Meicirculaire 2026 van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK).
  9. Voor de loonontwikkeling 2025-2026 is een maximum van 5,45% gehanteerd ten opzichte van het werkelijke niveau van februari 2026.
  10. Voor de prijsontwikkeling 2026-2027 is een maximum van 2,8% gehanteerd op basis van het Centraal Economisch Plan 2026 (CEP) en de Meicirculaire 2026, inclusief nacalculatie.
  11. Reguliere vervangingsinvesteringen in bedrijfsmiddelen, bedrijfsgebouwen en andere gemeentelijke panden zijn in de ramingen opgenomen.
  12. De rentevisie en het rentebeleid voor 2027 zijn ongewijzigd ten opzichte van 2026.
  13. Voor de omslagrente, de rente op financiering van grondexploitaties en de indexatie van amortisatiereserves is een percentage van 1,6% gehanteerd.
  14. De tarieven van de onroerendezaakbelasting worden per 1 januari 2027 verhoogd met 3,0%, overeenkomstig de index uit de Meicirculaire 2026.
  15. De tarieven voor de toeristenbelasting worden verhoogd overeenkomstig het Coalitieakkoord 2026-2030.
  16. De overige heffingen en tarieven zijn zoveel mogelijk kostendekkend en worden, indien dat niet mogelijk is, trendmatig aangepast op basis van de Consumentenprijsindex (CPI) over juni 2026 inclusief nacalculatie.